| FAUNA
De oorsprong van de fauna van Curaçao
Waar komen de dieren van Curacao vandaan?
De benedenwindse eilanden (Aruba, Bonaire en Curacao) zijn biogeografisch
gezien, wat betreft flora (planten) en fauna (dieren), Zuid-Amerikaanse
eilanden. Er zijn slechts enkele West-Indische elementen in de fauna.
Daar vertellen we later wat meer over. Met West-Indische eilanden worden
uitsluitend de eilanden van de eilandenboog van Cuba tot en met Grenada
bedoeld.
Hoe is het eiland Curacao nu gekoloniseerd door planten en dieren?
Na de explosie van de Indonesische vulkaan Krakatau in 1883 werd voor
het eerst bestudeerd hoe organismen op eilanden aankomen. Na de explosie
was het eiland in feite gesteriliseerd en kwamen er geen planten en dieren
meer voor.
Het blijkt dat grassen doorgaans het eerst arriveren. Hun zaden worden
door de wind over grote afstanden verspreid. Ook zijn er veel planten
die drijvende zaden hebben die zeewaterbestendig zijn. Voorbeelden hiervan
zijn de kokosnoot, katoen en mangrovezaden.
Vele soorten spinnen die kleine webben hebben kunnen door de wind zelfs
oceanen oversteken. Een hoop insecten hebben stadia in hun ontwikkeling
die door de wind verspreid worden en veel soorten kunnen zelf vliegen.
Verder kunnen zeevogels zeer grote afstanden afleggen en weten zelfs de
meest afgelegen oceanische eilanden te bereiken. Wanneer er eenmaal wat
begroeiing is, is er voedsel voor andere soorten vogels dan zeevogels
en ook voor vleermuizen.
Verder zijn er een aantal soorten dieren die gemakkelijk eilanden bereiken,
bijvoorbeeld de gekkos (pega-pegas). Deze dieren leggen eieren
met een dikke kalkschaal, die zij vaak in boomstammen verstoppen. Deze
eieren worden dan via drijvende boomstammen verspreid, waardoor de gekkos
zich op een eiland kan vestigen.

Andere reptielen die eilanden kunnen bereiken zijn bijvoorbeeld krokodillen.
Zo is er in de jaren 40 een krokodil uit Venezuela op Klein Curacao
aan komen zwemmen. Voorbeelden van dieren die de zoutwaterbarriere moeilijk
overbruggen zijn de kikkers en salamanders en de zoetwatervissen die zich
niet aan zout water kunnen aanpassen. Ook zoetwaterschildpadden kunnen
dit heel moeilijk; hun huid is heel dun en ze drogen heel snel uit in
zout water. Landschildpadden hebben er minder moeite mee. In zee drijven
ze namelijk net onder het oppervlak en kunnen een tocht van enkele dagen
overleven. Denk maar aan de landschildpadden van de Galapagos, welke eilanden
honderden kilometers uit de kust liggen. In vroeger tijd kwamen er ok
reuzenschildpadden voor bij ons. Deze zijn (lang geleden) uitgestorven
toe het klimaat te droog werd.
FOTO REUZENSCHILDPAD
Wat gebeurt er wanneer dieren (en planten) een eiland hebben bereikt?
Meestal treden er veranderingen op in de grootte (kleiner of groter worden)
van het dier. Dit komt vaak door de verandering van het soort voedsel
dat er op het eiland te vinden is en dat er vaak geen of minder roofdieren
zijn en geen of andere concurrenten voor het voedsel. Ook kan het zijn
dat door het kleiner worden van de soort er meer dieren op een beperkt
oppervlakte kunnen leven zodat inteelt minder voor zou komen. Maar dit
laatste weet men niet zeker.
Waar komen de dieren en planten van Curacao vandaan?
De al eerder genoemde West-Indische fauna, ontstaan toen de benedenwindse
eilanden verder naar het westen lagen, is bijna geheel verdwenen. De paar
dieren die nog over zijn van die tijd zijn onder andere de landslakken
Cocolishi di kalakuna en de Cocolishi di kabritu en de landslak Cerion
Uva. Deze laatste is zelfs endemisch voor de benedenwinden. Dit wil zeggen
dat dit beestje alleen hier voorkomt en nergens anders ter wereld.

Verder kennen we voorbeelden van dieren die Curacao op natuurlijke wijze
hebben bereikt en die al zo lang aanwezig zijn dat ze zich tot een specifieke,
lokale, dus endemische soort hebben kunnen ontwikkelen. Een goed voorbeeld
is de groene leguaan van de benedenwindse eilanden. Ten eerste zijn ze
veel kleiner dan op het vasteland en vertonen ze het gedrag van grondhagedissen.
Op het vasteland leeft de groene leguaan alleen in de bomen en komt er
alleen uit om eieren te leggen. Hier leggen ze minder eieren, maar die
zijn wel groter. Deze aanpassingen (aan het droge klimaat hier) wijzen
erop dat de leguanen hier al heel lang zijn, waarschijnlijk al voordat
de eerste indianen de eilanden bereikten.

Ook onze renhagedissen (het mannetje heet blausana en de vrouwtjes en
jongen lagadishi) zijn hier waarschijnlijk al heel lang. Elk van de benedenwindse
eilanden heeft namelijk zijn eigen endemische vorm en zijn grotendeels
planteneters. Dit in tegenstelling tot hun voorvaderen die veel kleiner
waren en voornamelijk insecten aten.
Welke soorten beesten zijn nu door de mens op Curacao ingevoerd?
Laten we eerst eens naar de amfibieën en reptielen kijken. Omdat
kikkers en de meeste amfibieen in zout water snel uitdrogen zijn ze op
oceanische eilanden (eilanden die nooit een vaste verbinding met het land
hebben gehad) altijd door de mens ingevoerd.
De fluitkikker is oorspronkelijk van de Bovenwinden afkomstig. Hij komt
sinds de jaren 70 voor op Curacao en is waarschijnlijk meegekomen
als verstekeling in transport van planten. De Dori maco werd vanuit Aruba
in de eerste helf van de 20ste eeuw op Curacao en Bonaire ingevoerd. Het
dier is op Aruba waarschijnlijk inheems en heeft Aruba in vroeger tijden
waarschijnlijk bereikt toen er tijdens de ijstijden een landverbinding
bestond. Het zou ook kunnen dat de Indianen hem naar Aruba meegenomen
hebben.
De huisgekko behoort tot de gekkosoorten die makkelijk in containers overleven
en is waarschijnlijk op die manier op Curacao aangekomen. Het beestje
is op Curacao de laatste 20 jaar overal te vinden.
Vogels kunnen vliegen en kunnen eilanden veel makkelijker bereiken dan
de amfibieen en reptielen. Verreweg het grootste deel van de lokale vogelfauna
is afkomstig uit Zuid-Amerika en wordt aangevuld met nogal wat Noord-Amerikaanse
trekvogels. Een uitzondering is de koereiger die op eigen kracht de oversteek
van Afrika naar Amerika heeft gemaakt. Vanaf de jaren 50 wisten
zij de benedenwinden te bereiken.
Op Curacao zijn de huismus, de saffraanvink en de Shiny Cowbird door de
mens ingevoerd en hebben zich hier gevestigd. Op Bonaire werd rond 1968
de oranje trupiaal vanuit Curacao ingevoerd. Daar concurreert hij nu met
de gele troupiaal die nu op Bonaire minder talrijk is geworden dan vroeger.
Soorten die geinporteerd worden concurreren met de lokale soorten en kunnen
de populaties van lokale soorten negatief beinvloeden of zelfs uitroeien.
Welke zoogdieren hebben Curacao op eigen kracht bereikt?
Dat zijn waarschijnlijk de vleermuizen (we tellen nu 9 soorten vleermuizen)
en verschillende soorten ratten en muizen die nu uitgestorven zijn. Ook
de westindische zeehond of monniksrob kwam tot het begin van de 17de eeuw
op Curacao voor en is door de mens uitgeroeid.
Het Curacaose konijn in ook het Curacaose hert zijn zeer waarschijnlijk
door de indianen op het eiland gebracht. Alle huisdieren zoals ezels ,
varkens, geiten, schapen, koeien en paarden, katten en honden werden na
1499 ingevoerd. De huismuis, bruine- en zwarte rat werden ook ingevoerd.
QUIZ
Je wint een reis naar een verafgelegen tropisch eiland in de oceaan. Bij
aankomst tref je in het wild vele dieren aan. Sommige daarvan ken je,
sommigen niet.
1. Er vliegen pelikanen
2. Je vind boomkikkers
3. Er vliegen duiven. Bij navraag blijken deze alleen op dit eiland voor
te komen
4. Er zijn salamanders
5. Er zijn zoetwaterschildpadden
6. Er zijn reuzenlandschildpadden
7. Er zijn nestende zeeschildpadden
8. Er nesten albatrossen
9. In je hotelkamer zitten muizen, die er net zo uitzien als bij je thuis
in de keukenkast
Welke
soorten zijn vrijwel zeker door de mens geimporteerd?
Waarom
is het niet waarschijnlijk dat de Indianen de groene leguaan op Curacao
hebben geimporteerd?
Antwoord:
2,4,5,9
Omdat ze al erg lang (lang voor de komst van de Indianen) op Curacao leefden
hebben ze zich volledig aan de lokale omstandigheden aangepast. Ze zijn
kleiner, leven op de grond en leggen grotere eieren dan de groene leguaan
op het vasteland.
|